Niki Lauda: de rijkeluiszoon die Ferrari afzwoer

Gepubliceerd op Auteur: ziggyziggyziggyEen reactie plaatsen
De Duitse Grand Prix wordt sinds 1977 standaard verreden op de Hockenheimring, in de bossen bij Heidelberg. Het circuit had de plaats op de Formule 1-kalender ingenomen van de legendarische Nürburgring, die niet meer veilig genoeg werd geacht na het ongeluk in 1976 van een van de markantste coureurs in de geschiedenis van de sport, die een al even opmerkelijke carrière doormaakte.

Andreas-Nikolaus Lauda was een rijkeluisjongetje. Zijn ouders hadden een keten van lucratieve fabrieken, maar zagen hun zoon liever zakenman worden dan autocoureur. Hij vervalste een schooldiploma en wist daarmee zijn ouders te overtuigen dat hij was geslaagd en een auto mocht kopen. De Volkswagen die hij van het geld van zijn ouders kocht, werd al snel ingeruild voor een Mini, die hij direct in de kreukels reed. Met geld dat hij van zijn oma kreeg, wist hij de auto op te lappen en al snel haalde hij goede resultaten in lokale wedstrijden.

Toen zijn vader van zijn race-activiteiten hoorde, verbood hij zijn zoon nog verder te racen, maar Niki trok zich nergens wat van aan en wist zich drie jaar later al in te kopen bij het Formule 1-team van March. Hij debuteerde in de Oostenrijkse Grand Prix van 1971 en kreeg voor 1972 een jaarcontract bij het team. De wagen was niet snel genoeg en Lauda reed geen enkele race in de punten, als hij de finish al haalde. Toch wist hij zich in de aandacht van BRM te rijden en na een test op Paul Ricard kreeg Lauda een zitje voor 1973 bij de Britse renstal aangeboden.

De Oostenrijker scoorde drie punten in 1973, maar belangrijker was zijn optreden in de Grand Prix van Monaco van dat jaar, waar hij lange tijd op een derde positie reed, voordat zijn wagen het begaf. Enzo Ferrari wist genoeg en nam Lauda voor het volgende seizoen in dienst. Lauda won in zijn eerste seizoen bij Ferrari negen races en stond dertien keer achter elkaar op het podium, maar verloor het kampioenschap van Emerson Fittipaldi. Het jaar erop was het dan toch de beurt aan de Oostenrijker en gedurende de veertien wedstrijden van 1975 stond Lauda slechts viermaal niet op het podium.

Ook in 1976 leek de titel al vroeg naar Niki Lauda te gaan, maar een zwaar ongeluk op de Nürburgring zette een streep door die plannen. Lauda zat minutenlang bewusteloos in het brandende wrak van zijn Ferrari, voordat twee collega’s hem daaruit konden trekken. Even werd er gevreesd voor het leven van de Oostenrijker, die zwaar verbrand was, maar slechts een maand later was hij, zij het voor het leven getekend, alweer aanwezig op het circuit Monza om deel te nemen aan de Italiaanse Grand Prix. Uiteindelijk verloor Lauda de wereldtitel dat jaar met slechts één punt van James Hunt, omdat hij weigerde te rijden in de extreem natte Japanse Grand Prix.

 
Ferrari had de snelle terugkeer echter niet voorzien en had vlak na het ongeluk Carlos Reutemann bereid gevonden om Lauda te vervangen. Niki wees het team echter op het contract voor 1977 dat hij met de Italianen had getekend, maar werd te verstaan gegeven dat hij dan wel als tweede coureur in dienst was. In een moeilijk seizoen wist de Oostenrijker opnieuw het kampioenschap binnen te slepen, maar bezwoer daarna nooit meer een wedstrijd voor Ferrari te rijden.

Hij tekende direct na zijn wereldtitel bij Brabham, maar de auto viel zwaar tegen. Lauda won slechts twee races in twee jaar, waaronder de Zweedse Grand Prix van 1978, die Lauda won met de zogenaamde fan car, die direct na de race verboden werd. Tijdens de trainingen voor de Grand Prix van Canada in 1979, stapte hij uit de auto, verklaarde hij dat hij “genoeg had van het rijden van rondjes” en verliet het circuit, om zich te storten op zijn pas opgerichte luchtvaartmaatschappij, Lauda Air.

 
De racewereld dacht nooit meer iets van Niki Lauda te horen, tot hij in 1982 opeens aan de start stond van de eerste race van het seizoen, in een McLaren. Hij won direct weer een aantal races en kreeg in 1984 niet alleen Alain Prost als teamgenoot, maar ook de ijzersterke TAG-motor achter in zijn auto. Prost en Lauda streden tot de laatste race om de wereldtitel en de Oostenrijker won met het kleinste verschil uit de Formule 1-geschiedenis: een half punt. Het gevecht ging door in 1985, maar Lauda kreeg het gevoel dat hij werd tegengewerkt door zijn team en maakte plotseling zijn afscheid uit de racerij bekend.

In 1988 kreeg Lauda Air de vergunningen om twee straalvliegtuigen in te zetten op haar lijndiensten naar Zuid-Amerika, Zuid Oost-Azië en Australië, maar een mysterieuze crash van een van de twee Boeings in de oerwouden van Thailand wierp een zwarte schaduw over het bedrijf. Een jaar later was Lauda alweer terug in de Formule 1-paddock, dit keer als adviseur voor het ooit zo vervloekte Ferrari. Nadat Lauda Air was overgenomen door de nationale luchtvaartmaatschappij van Oostenrijk, werd Niki Lauda kort teambaas van Jaguar. Tegenwoordig is hij voornamelijk actief als commentator en analyticus op de Duitse televisie.

 
oorspronkelijk gepubliceerd op http://sport.fok.nl/nieuws/310465

CC BY-NC-SA 4.0 This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.

Geef een reactie