Nederland 1973: de zwartste bladzijde

Gepubliceerd op Auteur: ziggyziggyziggyEen reactie plaatsen
Precies één jaar geleden opende deze reeks van historische berichten met het dramatische ongeluk van debutant Ricardo Paletti, die in slechts zijn tweede race in een vlammenzee om het leven kwam. Hoewel er negen jaar tussen zit, zijn er een aantal paralellen te trekken met het ongeluk van Roger Williamson, op Zandvoort in 1973. Zo waren beide coureurs net begonnen in de Formule 1, kwamen beide mannen onnodig om het leven en waren in beide gevallen coureurs betrokken die hun eigen leven waagden voor dat van hun collega’s.

Roger Williamson stond bekend als een groot talent. Hij werd door kenners zelfs getipt als een mogelijke wereldkampioen, wat niet zo gek was, gezien zijn bliksemcarrière door de verschillende autoklasses. Op veertienjarige leeftijd begon hij met het racen in karts en had vier jaar later het belangrijkste kartkampioenschap op zak. In 1972 won Williamson meerdere Britse Formule 3-kampioenschappen en wist voor 1973 een Formule 1-stoeltje te bemachtigen bij March.

Zijn eerste race, op Silverstone, eindigde al na één ronde, toen Jody Scheckter in één keer een klein dozijn wagens van de baan wist te vegen. Voor de volgende wedstrijd kon de March van Williamson gelukkig gerepareerd worden en de Brit stond op het oude circuit van Zandvoort op een achttiende startplaats.

Zandvoort was in die tijd een lang, snel circuit met veel volgasbochten. Het was ook een gevaarlijk circuit, want in 1970 was Piers Courage nog omgekomen in de bochtencombinatie Hondenvlak. In 1972 was de Nederlandse Grand Prix van de kalender geschrapt om nieuwe veiligheidsvoorzieningen te laten aanleggen, maar al in de achtste ronde bleek dat die voorzieningen niet afdoende waren en zelfs averechts werkten.

Williamson, gevolgd door zijn goede vriend David Purley, werd in Tunnel-Oost, vlak na het Hondenvlak, verrast door een klapband linksvoor. De Brit kon de wagen niet op het asfalt houden en raakte met zo’n 220 kilometer per uur de vangrails in de buitenbocht. Die vangrails bestonden uit niet veel meer dan paaltjes met een geleiderail en in combinatie met de ondergrond werkte deze omheining als een katapult. De wagen van Williamson werd terug op het asfalt geworpen en sloeg daar enkele malen over de kop. Toen de wagen ondersteboven tot stilstand kwam, brak er brand uit.

David Purley zag het ongeluk gebeuren en zette direct zijn wagen aan de kant. Hij stapte uit en sprintte naar het brandende wrak van Williamson. Deze zat bekneld in de cockpit, terwijl het vuur zich snel uitbreidde, doordat een van de brandstoftanks was gescheurd. Marshalls schoten min of meer te hulp, maar konden door het gebrek aan brandvrije kleding niet dichtbij het wrak komen. Slechts tientallen meters verderop stond een oude brandweerwagen, maar de chauffeur was geinstrueerd niet tegen het verkeer in naar de plaats van het ongeluk te rijden, en vertrok de andere kant op, om 4,2 kilometer af te leggen naar het ongeval.

Wat volgde behoort tot de meest dramatische televisie uit die tijd. De race was een van de eerste wedstrijden die live werden uitgezonden en miljoenen mensen moesten toezien hoe Purley de March van Williamson probeerde om te keren. Het wrak was echter te zwaar en Purley wendde zich smekend tot de baanwachten om hem te helpen. Ondertussen was Williamson nog steeds bij bewustzijn en schreeuwde naar Purley om hem te bevrijden.

Toeschouwers begonnen zich met de zaak te bemoeien en klommen over de omheining om Purley te redden bij zijn reddingspogingen. Direct daarop verschenen politiemannen met honden op de baan, die het publiek terug dirigeerden naar de kant van het circuit. Een van de agenten kwam op het bizarre idee om Purley ook weg te halen bij de nu hevig brandende auto en probeerde hem met harde hand weg te slepen.

Met hangend hoofd liet Purley zich uiteindelijk meevoeren, terwijl niet veel later de brandweerwagen arriveerde om het vuur te blussen. Toen Williamson uiteindelijk bevrijd werd uit de rokende puinhopen van zijn March, was het al veel te laat en was de jonge Brit gestorven aan rookvergiftiging. De wedstrijd ging overigens gewoon door, door een defecte telefoonlijn heeft de raceleiding nooit doorgehad wat er precies gaande was. Andere coureurs verkeerden in de veronderstelling dat de brandende wagen die van Purley was en dat hij dus slechts zijn wagen probeerde te redden van totale vernietiging.

Vier dagen later wees een technisch onderzoek van de crash uit dat Williamson het ongeluk had overleefd als hij op tijd was bevrijd. De coureur had geen verwondingen opgelopen voordat de brand uitbrak. Tom Wheatcroft, persoonlijk sponsor van Williamson, verklaarde voor de Engelse pers dat Williamson was omgekomen door het gebrek aan hulp van de marshalls. In december 1973 ontving David Purley de George Medal, de hoogste onderscheiding voor moed die een Britse burger kan verdienen.

oorspronkelijk gepubliceerd op http://sport.fok.nl/nieuws/308345

NPO Andere Tijden heeft een documentaire gemaakt over dit ongeluk. Deze is te zien op de site van Andere Tijden: http://www.npogeschiedenis.nl/speler.POMS_VPRO_215207.html

CC BY-NC-SA 4.0 This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.

Geef een reactie