Italië 1961: het einde van de graaf

Gepubliceerd op Auteur: ziggyziggyziggyEen reactie plaatsen
De man die indirect Michael Schumacher in het racestoeltje hielp, was hem bijna voor als eerste Duitse wereldkampioen. In zijn vroege racejaren werd hij ook wel Count von Crash genoemd, maar toen hij die bijnaam van zich af geworpen had, maakte ironisch en tragisch genoeg juist een crash een definitief einde aan de opmars in de Formule 1 van graaf Wolfgang von Trips.

1961 was het laatste jaar dat de Grand Prix van Italië op de langste configuratie van Monza zou worden verreden. Een combinatie van het normale wegcircuit en de razendsnelle kombaan zorgde voor een omloop van precies tien kilometer, waarbij het rechte stuk tweemaal per ronde werd aangedaan. Dubbel plezier voor de toeschouwers dus, zeker omdat het kampioenschap nu toch wel spannend begon te worden. Stirling Moss had de Duitse Grand Prix gewonnen, maar door een tweede plaats was de jonge Wolfgang von Trips verder uitgelopen op Phil Hill aan de leiding van het klassement en had nu vier punten voorsprong.

Hill kreeg een nieuwe motor van Ferrari, om zijn teamgenoot te kunnen verslaan, maar kwalificeerde zich slechts op de vierde plaats. Voor hem stonden louter Ferrari’s, met Von Trips op pole position. Hill maakte echter een wereldstart en ging al in de eerste ronde aan de leiding, gevolgd door Richie Ginther, debutant Ricardo Rodriguez en de jonge maar snelle Jim Clark. Von Trips viel terug naar de vijfde plaats, maar dat was op de kombaan van Monza geen reden tot paniek. De races stonden niet alleen bekend om hun hoge snelheid, maar ook om de geweldige slipstreamduels, en wisselingen in de leiding waren eerder regel dan uitzondering.

Een ronde op Monza begon op de kombaan, om vervolgens het normale circuit te volgen naar start/finish, langs de pitstraat. Zover kwam de leider in het kampioenschap echter niet. Bij het aanremmen voor de Parabolica probeerde Clark Von Trips langs de linkerkant in te halen. “Opeens kwam hij naar links en reed zo in mijn rechterzijkant,” herinnert Clark zich. “Ik ben er zeker van dat hij me niet heeft gezien. Ik wilde hem nog toeschreeuwen dat hij in zijn spiegels moest kijken, maar toen ging alles razendsnel.”

De Ferrari van ‘Taffy’ von Trips schoot linksaf, het talud op, waar een grote menigte toeschouwers zich achter de hekken verdrong. De wagen begon om zijn lengteas te rollen, waardoor de coureur uit de wagen werd geslingerd. Het wrak ploegde door de omheining en raakte tientallen toeschouwers, voordat het op de baan tot stilstand kwam.

Von Trips was op slag dood. Denis Jenkinson, destijds verslaggever: “Dat was misschien maar goed ook, want hij heeft nu nooit geweten dat zijn wagen elf toeschouwers de dood in joeg.” Van de vele gewonden stierven er later nog eens drie. Intussen ging de race gewoon door, want de wedstrijdleiding koos er bewust voor geen mededelingen over de afloop van de crash te doen. De andere Ferrari’s strandden bijna allemaal met motorpech, maar Phil Hill won de race. Hij kon daarmee, met nog één race voor de boeg, niet meer ingehaald worden in het kampioenschap. Het was echter een lege overwinning. Wolfgang von Trips had deze race willen winnen en de wereldtitel voor Hills eigen publiek, op Watkins Glen, binnen willen slepen.

Von Trips werd niet de eerste Duitse wereldkampioen in de Formule 1, maar legde onbewust wel de basis voor de man die dat wel zou worden. In 1961 startte Von Trips een kartbaan in Kerpen, waar ruim tien jaar later de kleine Michael Schumacher zijn eerste rondjes reed. In 1996 deed deze Schumacher wat zijn landgenoot 35 jaar eerder niet was gelukt: Monza winnen in een Ferrari.

 

oorspronkelijk gepubliceerd op http://sport.fok.nl/nieuws/324876

CC BY-NC-SA 4.0 This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.

Geef een reactie