Canada 1973: de safety car die de uitslag verknalde

Gepubliceerd op Auteur: ziggyziggyziggyEen reactie plaatsen
In 2003 was het pas dagen na de Braziliaanse Grand Prix bekend wie deze nu eigenlijk gewonnen had. Pas in het Grand Prix-weekend erna kon Giancarlo Fisichella zijn beker in ontvangst nemen. Over de winnaar van de Canadese Grand Prix van 1973 zijn niet alle coureurs het echter ooit eens geworden.

Emerson Fittipaldi houdt nog altijd vol dat hij de race op het circuit van Mosport Park heeft gewonnen, maar de officiële uitslag geeft Peter Revson aan als winnaar. Feit is dat de wedstrijd een krankzinnige chaos was, en ook de rest van het raceweekend kan op zijn minst spectaculair worden genoemd.

Jackie Stewart had twee weken eerder in Italië met Tyrrell zijn derde wereldkampioenschap binnengesleept. De constructeurstitel was echter nog niet bepaald en Tyrrell en Lotus maakten beiden nog kans op de titel. Tyrrell besloot daarom drie wagens in te zetten in Canada. Lotus zette ondertussen met Ronnie Peterson en Emerson Fittipaldi alles op alles om de begeerde bokaal toch nog te winnen.

Op zaterdagmorgen kreeg de strijd een grimmige sfeer. Peterson schoot van de baan en maakte een verschrikkelijke crash in de vangrails. Hij klapte dwars door de afscheiding heen en vloog over de kop. Zijn leven werd gered doordat zijn wagen niet op hem landde, maar bleef hangen tegen een aarden wal. BRM-coureur Niki Lauda kwam ook met de schrik vrij, toen een vos onder zijn bolide schoot en de Oostenrijker lanceerde. Lauda kneusde slechts een pols.

Op zondag opende de hemel zich en moest de start van de wedstrijd een uur worden uitgesteld. Toen de race eindelijk onderweg was, nam poleman Peterson resoluut de leiding, maar verloor deze al in de derde ronde, toen hij spinde. Niki Lauda, die achtste was gestart, nam de leiding over, maar had het niet makkelijk op de opdrogende baan. Ondertussen vloog Peterson met een lekke band de vangrails in en bleek Lauda’s voorsprong op Fittipaldi, die nu tweede lag, razendsnel kleiner te worden.

Lauda besloot al snel de pits te bezoeken om intermediates te laten monteren. Hij was niet de enige. Bijna alle coureurs volgden zijn voorbeeld, wat een ramp was voor de tijdwaarnemers. In 1973 bestond er nog geen elektronisch scoresysteem en werden alle posities, iedere ronde opnieuw, met de hand bijgehouden. Tien ronden later was het opnieuw feest, toen een aantal coureurs besloten naar droogweerbanden te wisselen.

Ronde 33 zag een absolute primeur in de Formule 1. Nadat Jody Scheckter en François Cevert elkaar vakkundig uit de race hadden geramd, vond de wedstrijdleiding het tijd voor een nieuwtje: de safety car. Met twee ambulances op de baan was de safety car een goed middel om de snelheid in de race naar beneden te brengen.

Het duurde drie ronden voor de safety car eindelijk de baan op durfde te rijden. Hij pikte de eerste de beste wagen op die hij achter zich zag, de Iso van Howden Ganley, die zich als 22e had gekwalificeerd. Iedereen was stomverbaasd dat hij blijkbaar de leider was, inclusief de officials in de safety car zelf, maar de bestuurder van de Porsche 914 kreeg de instructies bevestigd: “blijf voor nummer 25 rijden”.

Ondertussen maakte iedereen die vóór Ganley reed, een ronde goed op de Nieuw-Zeelander. Om het allemaal nog wat spannender te maken voor de tijdwaarnemers, maakten een aantal daarbij ook nog een pitstop. Bij de herstart reed Ganley zo hard als hij kon, maar werd al snel gepasseerd door Emerson Fittipaldi, Jackie Oliver en Jackie Stewart. Omdat Oliver direct achter Fittipaldi reed én een snellere pitstop had gemaakt dan de Braziliaan, moest Fittipaldi dus wel bijna een ronde achterstand hebben. Vermoed werd dat Oliver nu aan de leiding ging.

Fittipaldi besefte dit ook en reed de race van zijn leven. Hij werd daarbij geholpen door de Shadow van Oliver, die problemen had met het gaspedaal. Eenmaal reed de Brit zelfs stapvoets over het rechte stuk, terwijl hij met grof geweld zijn pedaal weer aan de praat probeerde te krijgen.

Met nog twee ronden te gaan had Fittipaldi de achterkant van Oliver in zicht. Hij schoot op een van de rechte stukken de Shadow voorbij en nek-aan-nek voltooiden ze ook hun laatste ronde, met Fittipaldi aan kop. Lotus-teambaas Colin Chapman gooide zijn pet in de lucht van blijdschap toen Fittipaldi de finish passeerde, maar de wedstrijdleiding toonde geen geblokte vlag. Achter de twee doemde een groepje wagens op, met Peter Revson aan kop, die wel als eerste het zwart-wit-geblokt te zien kreeg. In de pits werd Howden Ganley door zijn team gefeliciteerd met de overwinning.

Het duurde uren voordat de vermoedelijke waarheid aan het licht kwam. Revson had het grootste deel van de race op een ronde achterstand gereden, had tijdens de chaotische pitstops een ronde teruggepakt en was Oliver gepasseerd toen diens gaspedaal weigerde. Pas laat in de avond werd de officiële uitslag gepubliceerd: Revson had gewonnen, met Fittipaldi op de tweede plaats en Oliver op de derde.

Emerson Fittipaldi blijft volhouden dat hij de Canadese chaos eigenlijk heeft gewonnen. Revson had hem immers nooit ingehaald op de baan. Feit was dat Fittipaldi op dat moment in de pits stond en de Brit dus nooit voorbij heeft zien komen. Revson won de race op pitstopstrategie en wat geluk, iets wat pas jaren later normaal zou worden in de Formule 1.

 

oorspronkelijk gepubliceerd op http://sport.fok.nl/nieuws/316865

CC BY-NC-SA 4.0 This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.

Geef een reactie