België 1981: het dodelijke machtsspelletje

Gepubliceerd op Auteur: ziggyziggyziggyEen reactie plaatsen
Tijdens de laatste minuten van de vrijdagkwalificatie voor de Belgische Grand Prix van 1981 stapte de 21-jarige monteur Giovanni Amedeo van de betonnen rand langs de pitmuur. Hij gleed uit en werd gegrepen door de Williams van Carlos Reutemann. De onfortuinlijke Italiaan werd geraakt door het achterwiel van de auto en liep zwaar hoofdletsel op.

Het ongeluk van Amedeo was een van de spreekwoordelijke druppels die de emmer deed overlopen. Sinds 1979 woedde er namelijk een strijd tussen twee organisaties die beiden verantwoordelijk waren voor het organiseren van de Formule 1-races: de Federation Internationale du Sport Automotive (FISA) en de Formula One Constructor’s Association (FOCA).

Om het eenvoudig te omschrijven, kwam het erop neer dat de kleinere teams zich hadden aangesloten bij de FOCA en de grote fabrieksteams bij de FISA. De FOCA-teams betichtten de FISA ervan haar teams voor te trekken bij haar aandeel in het organiseren van de races en het opstellen van de reglementen. Het ongenoegen steeg zelfs zo ver dat de FOCA-teams in 1980 de World Federation of Motorsport oprichtten, een concurrerend kampioenschap, en in februari 1981 zelfs een eigen Formule 1-race hielden. Een totaal gebrek aan bezoekers en media-aandacht zorgde voor een schoorvoetend compromis tussen de twee partijen en bij de eerste race van ’81 stonden alle teams weer op de grid.

Er werd begin 1981 een overeenkomst tussen de partijen getekend, het eerste Concorde-akkoord, genoemd naar de Place de la Concorde in Parijs, waar na dertien lange uren onderhandelen het akkoord werd ondertekend. Het akkoord verplichtte alle ondertekenende teams om aan alle races mee te doen, maar veiligheid was nog steeds een heikel punt. De coureurs hadden al diverse malen aangegeven dat de pitstraat in Zolder een gevaar was voor wie er moest werken, en op zondag besloten de monteurs en een aantal coureurs tot actie.

Bijna alle coureurs stapten vijf minuten voor de start van de opwarmronde uit en toonden hun woede in stilzwijgen. Na vijf minuten werden de motoren opnieuw gestart en reden de coureurs hun opwarmronde. Door de verwarring die was ontstaan, bereikten sommige coureurs de grid veel later dan anderen en stonden enkele wagens tot een minuut lang op de grid te wachten tot het veld zich had geformeerd.

Riccardo Patrese liet hierdoor zijn motor afslaan en zwaaide wild met zijn armen om de start af te laten breken. De start werd echter toch gegeven, maar op hetzelfde moment was een monteur al bezig met het herstarten van de auto van Patrese. Teamgenoot Siegfried Stohr kon hem niet ontwijken en klemde, voor de ogen van miljoenen toeschouwers en televisiekijkers, met een flinke snelheid de monteur tussen zijn wagen en die van Patrese. Stohr struikelde uit zijn wagen en sloeg in ongeloof zijn handen voor zijn vizier.

Terwijl poleman Nelson Piquet al vóór de start was vertrokken, omdat hij zijn startplaats voorbij was gereden, verscheen na het bizarre ongeluk geen rode vlag. Didier Pironi en Alan Jones namen het heft in eigen handen en parkeerden hun auto’s naast de plek van het ongeval, waardoor de baan werd geblokkeerd en de race uiteindelijk toch tot stilstand kwam.

Als door een wonder bleek de monteur, Dave Luckett, niet ernstig gewond, maar het ongeluk was het tweede grote signaal in één weekend dat er iets flink mis was met de manier van handelen van de organisatie van de Formule 1. De strijd wakkerde aan en zou in 1982 zijn hoogtepunt bereiken tijdens de Grand Prix van San Marino, toen de helft van de teams weigerde deel te nemen aan de race. Giovanni Amedeo zou dat alles niet meer meemaken. Hij was door zijn ongeluk in een coma geraakt en op zondagmorgen besloten zijn ouders om de machines uit te schakelen die hem nog in leven hielden.

oorspronkelijk gepubliceerd op http://sport.fok.nl/nieuws/305066

CC BY-NC-SA 4.0 This work is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.

Geef een reactie